29.04.26
Persverklaring 29.04.26
Amsterdam – Afgelopen vrijdag hebben Amsterdam Palestina Referendum (APR) en een aantal partijen, waaronder PRO en D66, samen afgesproken om de stemming over het referendum uit te stellen van 7 mei naar 10 juni. APR is hiermee akkoord gegaan om de partijen de tijd en het vertrouwen te geven om met concrete voorstellen te komen om de eisen op te nemen in gemeentebeleid en een einde te maken aan de medeplichtigheid van Amsterdam aan Israëls mensenrechtenschendingen.
Zowel PRO als D66 gaven in de raadsvergadering van 15 april aan geen referendum te willen. Als reden gaven ze onder andere dat een referendum de implementatie van de eisen zou uitstellen. De afgelopen jaren hebben PRO en D66 de gemeenteraad echter onafgebroken gedomineerd. In die tijd hebben ze niet de kans gegrepen om adequate actie te ondernemen. Desondanks heeft APR na goede gesprekken waarin de urgentie van de situatie ook door de partijen werd onderstreept, besloten om beide partijen de kans te geven om alsnog hun toewijding aan Amsterdam als mensenrechtenstad te tonen.
Steun van PRO en in mindere mate D66 is een vereiste om een meerderheid te garanderen voor gemeentelijke maatregelen tegen de medeplichtigheid van onze stad in de misdaden van Israël. Denk, SP, BIJ1 en PvdD hadden hun steun hiervoor al eerder uitgesproken. Ook hebben deze partijen aangegeven dat ze nog steeds bereid zijn om een referendum te steunen, mocht de gemeenteraad niet instemmen met de eisen. Indien de onderhandelingen over onze de stuklopen, voelt APR zich genoodzaakt om alsnog gebruik te maken van het recht als Amsterdammers om het alternatief burgervoorstel door te zetten en voor een referendum te vechten.
Als de eisen van APR op een gepaste manier vertaald worden in concrete voorstellen voor gemeentebeleid, zal APR zijn inleidend verzoek vanzelfsprekend terugtrekken. Het hoofddoel is en blijft immers het stoppen van de medeplichtigheid van onze stad aan de genocide en het apartheidsbeleid van Israël. APR rekent er dan ook op dat PRO en D66 hun idealen trouw blijven en hun verantwoordelijkheden niet zullen ontduiken, maar de mooie woorden uit de campagnes omzetten naar betekenisvolle daden.
05.04.26
Persverklaring naar aanleiding van advies Initiatief- en Referendumcommissie
Amsterdam, 5 april 2026– Amsterdam Palestina Referendum (APR) heeft met teleurstelling kennis genomen van het advies van de Initiatief- en referendumcommissie naar aanleiding van ons inleidend verzoek tot een referendum ‘Mensenrechtenstad in woord en daad’. De commissie noemt als voornaamste reden voor afwijzing dat het lokale bestuur van Amsterdam geen beslissingen kan nemen aangaande een boycot van Israël. Dit zou namelijk vallen onder nationaal buitenlandbeleid. Toch begeeft de stad Amsterdam zich vaak op het gebied van buitenlandbeleid. Zo was onze burgemeester afgelopen juni geheel terecht aanwezig bij de Budapest Pride , een zeer politiek geladen situatie .
Ook een Israël-boycot kan wel degelijk via lokaal beleid. Utrecht ging Amsterdam al voor en in het buitenland zijn er de voorbeelden van Leuven, Oslo, Puglia en Emilia-Romagna. Voor wat betreft economische sancties: Amsterdam heeft als gemeente mischien niet controle over álle activiteiten die zich binnen haar stadsgrenzen afspelen, maar het gaat wel degelijk over haar eigen inkoopbeleid (zoals de samenwerking van de GVB met CAF Mobility, dat betrokken is bij de constructie van lightrailsystemen op door Israël illegaal bezet gebied).
Dat een stad verregaande zeggenschap heeft over haar inkoopbeleid blijkt uit Utrecht. Hier werd in juli 2025 in de raad een inwonersmotie in stemming gebracht die ging over economische boycot va Israël en een wapenembargo. Deze motie (mede ingediend door GroenLinks-PvdA, nu PRO Utrecht) haalde het weliswaar niet, maar werd dus wel gewoon behandeld. In oktober 2025 stemde de Utrechtse raad alsnog met overgrote meerderheid in met de motie ‘Inkopen als mensenrechtenstad’ die het college opdraagt geen zaken te doen met Israëlische bedrijven.
Voor wat betreft een culturele boycot: ook hier zijn er wel degelijk mogelijkheden. Opnieuw dient Utrecht als voorbeeld. De raad nam daar namelijk in oktober 2025 ook een motie aan tegen sportswashing waarin staat dat ‘sporters en sportclubs, gevestigd in landen zoals in Israël, die zich schuldig maken aan genocide, bezetting en apartheid […] als ongewenst worden beschouwd in mensenrechtenstad Utrecht.’ APR wil dit ook voor Amsterdam, zodat we niet nogmaals hoeven mee te maken dat de aanhang van Maccabi Tel Aviv onze straten onveilig kan maken, ondanks hun reputatie van geweld en genocideverheerlijking.
De iniatief- en referendumcommissie schrijft dat dit referendum gaat over ‘standpunten’. Het gaat echter om om medeverantwoordelijkheid van Amsterdam aan genocide. Amsterdammers herdenken op 4 mei de Holocaust. Hierbij reflecteren we op de dubbele rol van gewone Amsterdammers én het Amsterdamse ambtenarenapparaat tijdens die Holocaust. Dát nóóit meer. De gemeente Amsterdam moet nu alles in het werk stellen (en waar nodig de grenzen van de wet opzoeken) om niet opnieuw genocide te faciliteren. Dat is waarom APR het inleidend verzoek tot referendum heeft ingediend.
APR roept de gemeenteraad met klem op om Amsterdammers een stem te geven in hoe de stad omgaat met genocide. We roepen de raad daarom op vóór het referendum te stemmen. We richten ons hier op alle partijen die we volgende maand ook op de Dam zullen zien. Een heel aantal partijen heeft zich eerder al positief uitgelaten over het referendum en/of maatregelen tegen Israël: PRO Amsterdam, Partij van de Dieren, SP, BIJ1, Denk en D66. Dit deden zij bij het Rode Lijn-protest of tijdens de campagne van de gemeenteraadsverkiezingen. Hopelijk voegen zij nu de daad bij het woord.
Op woensdag 15 april zal APR hun positie verduidelijken en verdedigen in de Tijdelijke Algemene Raadscommissie. We roepen sympathisanten op om ons te komen steunen.
Voor meer informatie kunt u contact met ons opnemen via info@amsterdampalestinareferendum.nl